 Annette van den Bosch Deborah volgt de hoteleigenaar zwijgend de steile trap op naar boven.   Kamer 6 is eenvoudig maar doeltreffend ingericht. En op het eerste zicht is het schoon. Als Richard is verdwenen schuift ze de donkerbruine gordijnen dicht en opent haar koffer. Ze wikkelt de foto van Roy uit de katoenen lap. Hij glimlacht naar haar. Deborah voelt zijn warmte als ze Roy tegen haar borst drukt. Met haar andere hand graait ze begerig in het papiergeld dat in de koffer ligt. Daardoor ritselt en danst het papier tussen haar tastende vingers, ze wordt er bijna vrolijk van. Als ze probeert te lachen merkt ze dat er druppels op de fotolijst vallen. Haastig veegt ze die weg. Niet sentimenteel worden nu. Water drinken, hoofd onder de kraan en verder. Meid, dit wordt de scene van je leven! Ze loopt de trap af en vraagt naar een telefoon. Ja hoor, hier bij de balie of liever de cel op het marktplein? Deze is goed. Ze belt een nummer en luistert dan ingespannen naar wat ze hoort. Richard hoort een vrouwenstem aan de andere kant snel iets zeggen. De vrouw reageert niet, ze fronst alleen haar wenkbrauwen en beëindigt het gesprek.
Richard begrijpt absoluut niet wat de vrouw bezielt. Al meer dan drie weken in zijn hotel en ze doet niets. Ze wandelt drie keer per dag en verder lijkt ze te wachten. Maar waarop? Blijkbaar heeft ze door dat haar kleren hier niet praktisch zijn, want ze heeft andere gekocht bij de rijdende winkel die een paar keer per maand langskomt. Een spijkerbroek, wandelschoenen en bloesjes draagt ze nu. Staat haar ook goed. Maar het is gewoon niet te volgen. En vanmiddag kwam er nog zo’n sjiek heerschap. Ging op de markt op het terras zitten wachten met zijn blauwe colbertje en filtersigaretten. Nou, die had er veel op in korte tijd. Rondom zijn stoel lag het vol toen hij uiteindelijk om 17.00 uur vertrok in zijn zilverkleurige Astin Martin. Dat was dan wel weer een prachtige auto, glanzend als nieuw.  Ja, hij liep haar net mis, want een uurtje later kwam ze rillerig binnen. Als een konijntje. Herkenbaar, schrikogen en een beetje suffig. Ze had  zo aangereden kunnen worden. Ze had zo in de koplampen blijven zitten. Toen Richard haar vertelde dat er iemand was geweest schrok ze zichtbaar. Daarna hoorde hij haar boven mompelen en met een ruk de gordijnen dicht trekken. Wat zou ze toch uitspoken? Richard gaat eens kijken. Er wordt drie keer op de deur geklopt. Eerst zacht dan harder. Snel schuift Deborah de koffer weer onder het bed.   ‘Bevalt het u nog hier?’ ‘Hoepel toch op Richard, je bent alleen maar hondsnieuwsgierig.’ Nou is ze zelf ook nieuwsgierig, of eigenlijk eerder angstig, want die auto. Die is overal herkenbaar. Dat moet haar zwager Mick zijn. Maar hoe heeft Mick haar gevonden, ondanks al haar voorzorgen? Hoe gaat hij reageren als hij hoort dat zij…? Of zou hij het al weten door haar zus Angela? Zou Angela gekletst hebben tegen haar man over de beroving? Ze haalt de koffer tevoorschijn en telt voor de zoveelste keer het geld. Nee, er ontbreekt niets. De code van Micks kluis die Angela haar destijds heeft doorgegeven, heeft ze voor de zekerheid opgeschreven en bij de bankbiljetten gelegd.
Als ze terugdenkt aan de boswandeling van zojuist begint ze weer te beven. Toen ze op een bankje zat te rusten, werd ze opgeschrikt door schoten. Eerst eentje en daarna nog snel twee. Ze kon niet bepalen waar ze vandaan kwamen. Er hingen ook geen waarschuwingsvlaggen dat er jagers actief waren.
Het klonk zo beangstigend dichtbij dat ze eerst dacht dat ze voor haar bedoeld waren. Voor ze het zelf doorhad liet ze zich op de grond onder het bankje vallen. Toen ze haar adem weer onder controle had, was ze opgestaan  en zo rustig mogelijk naar het hotel terug gelopen. Onderweg zag ze zonlicht weerkaatsen op iets zilvergrijs. Ze dacht dat het een kippenhok was of zo. Maar na de informatie van Richard flitste er iets anders door haar hoofd. Nu vraagt ze zich af of de schoten en de auto van Mick iets met elkaar te maken hebben. Kippenvel kruipt langs haar armen en hals omhoog. Wat staat er te gebeuren? Ze twijfelt opeens aan Angela. Haar zus is zo argeloos, die had niet eens door wat ze met de code van de kluis wilden gaan doen. Maar voorlopig kan ze niets anders doen dan afwachten en vanavond laat weer naar de afgesproken plek gaan.
Deborah moet er nodig uit, de kleine kamer benauwt haar. En het is bijna tijd voor de afspraak in het bos. Ze loopt dit keer in een stevig tempo door om haar onrust te beteugelen. Bij kilometerpaal 7 staat hij. Eindelijk is hij daar, na al die lange dagen en nachten. Roy! Maar Roy ziet er behoorlijk verfomfaaid uit! Wat heeft hij gedaan? Heeft hij Mick ontmoet, hebben ze gevochten? Deborah en Roy hoeven niet lang te overleggen, hij geeft haar de kluissleutel en ze beloven elkaar in het hotel te treffen. Gehaast loopt ze naar het hotel terug. Dit keer zonder omwegen, maar doelgericht.  Tot haar verbazing staat haar kamerdeur op een kier en ligt haar koffer op het bed. Het geld en de foto duidelijk zichtbaar. ‘Wat moet dit voorstellen, wat doe je in mijn kamer?! Wat dacht je hier te vinden,’ fluistert ze vinnig in het oor van de indringer. Richard stamelt wat. Ziet dan plotseling een gestalte achter haar. De man van de foto! Nu snap ik het, denkt hij. Er flitst van alles door hem heen. Het krantenartikel over de brute overval op ‘Mick L.’, de aannemer die gelinkt werd aan de maffia. Het ging om een raadselachtige beroving uit een kluis, die van binnenuit gepleegd moest zijn omdat er geen sporen waren. Die overdreven auto vanmiddag was vast van die Mick. O jee, is de stevige man die hier voor hem staat niet de zwager van … ?  Roy of zoiets?
En inderdaad. De corrupte vastgoedmagnaat Roy Mels staat voor de hoteleigenaar met zijn bebloede handen stevig gebald. Dat belooft niet veel goeds. ‘Laat maar lieverd, deze pak ik wel,’ zegt Deborah. En ze licht Richard beentje, waardoor hij met zijn neus op de kokosmat terechtkomt en zijn buik over de ruwe Heugavelt tegels schuurt. Staan we quitte?’ vraagt ze en kijkt hoe Richard bedremmeld naar beneden strompelt.  ‘
Haastig smijten Roy en Deborah alles terug in de koffer en vertrekken in snelle vaart in de zilvergrijze Astin Martin naar het vliegveld. Het geld veilig in het koffertje. In de kofferbak ligt Mick, als een mummie onherkenbaar verpakt. Pikdonker is het als ze hem voorzichtig in het Bosmeertje laten glijden.  Met een zware plons verdwijnt Mick in de blauwzwarte diepte. O, wat zal Angela opgelucht zijn. De Astin Martin laten ze achter bij het vliegveld met de code en de sleutel van de kluis in het dashboardkastje. Voor de slimme vinder liggen er ook wat achtergelaten bankbiljetten, zodat Mick postuum alle schuld zal dragen van de beroving. Haar zus hoeft Mick alleen maar als vermist op te geven over een paar weken.
‘Een win-win situatie’ , lacht Deborah de volgende dag naar haar zus Angela, als ze aan het zwembad in Torremolinos hun gin tonics bestellen. ‘Fijn dat je onze vlucht naar de Costa del Sol zo snel kon regelen zusje! Alleen erg jammer, dat we de Astin Martin van Mick moesten achterlaten bij het vliegveld. Die reed lekker hard.’
Richard moet er steeds aan denken. Aan die vrouw hier en die overdreven man die de hele dag zo zat te gluren naar het hotel. Straks gaat hij eens op haar kamer kijken.
Hoe de zussen Deborah en Angela een plan smeden en afrekenen met het verleden.
De Overlevers
De overlevers  Hoe de zussen Deborah en Angela een plan smeden en afrekenen met het verleden.   Buiten voor de deur aarzelt de Deborah even. Zouden ze contant geld aannemen? De lichte linnen reiskoffer steunt tegen haar panty. Verdorie, ze moet die koffer kwijt. Snel loopt Deborah naar binnen. De hoteleigenaar staat achter de balie. Op zijn overhemd een smoezelige button: Richard. Hij neemt haar nadrukkelijk van top tot teen op. Ze wist het, ze valt hier in het dorp uit de toon met haar naaldhakken en mantelpakje. Zodra ze echter de envelop met bankbiljetten pakt verandert zijn houding van nieuwsgierig in gretig. Ja, natuurlijk kan ze twee of zelfs drie maanden in zijn hotelletje blijven. Heeft ze nog iets nodig?
 Annette van den Bosch
De Overlevers
Hoe de zussen Deborah en Angela een plan smeden en afrekenen met het verleden. De overlevers  Hoe de zussen Deborah en Angela een plan smeden en afrekenen met het verleden.   Buiten voor de deur aarzelt de Deborah even. Zouden ze contant geld aannemen? De lichte linnen reiskoffer steunt tegen haar panty. Verdorie, ze moet die koffer kwijt. Snel loopt Deborah naar binnen. De hoteleigenaar staat achter de balie. Op zijn overhemd een smoezelige button: Richard. Hij neemt haar nadrukkelijk van top tot teen op. Ze wist het, ze valt hier in het dorp uit de toon met haar naaldhakken en mantelpakje. Zodra ze echter de envelop met bankbiljetten pakt verandert zijn houding van nieuwsgierig in gretig. Ja, natuurlijk kan ze twee of zelfs drie maanden in zijn hotelletje blijven. Heeft ze nog iets nodig?
Deborah volgt de hoteleigenaar zwijgend de steile trap op naar boven.   Kamer 6 is eenvoudig maar doeltreffend ingericht. En op het eerste zicht is het schoon. Als Richard is verdwenen schuift ze de donkerbruine gordijnen dicht en opent haar koffer. Ze wikkelt de foto van Roy uit de katoenen lap. Hij glimlacht naar haar. Deborah voelt zijn warmte als ze Roy tegen haar borst drukt. Met haar andere hand graait ze begerig in het papiergeld dat in de koffer ligt. Daardoor ritselt en danst het papier tussen haar tastende vingers, ze wordt er bijna vrolijk van. Als ze probeert te lachen merkt ze dat er druppels op de fotolijst vallen. Haastig veegt ze die weg. Niet sentimenteel worden nu. Water drinken, hoofd onder de kraan en verder. Meid, dit wordt de scene van je leven! Ze loopt de trap af en vraagt naar een telefoon. Ja hoor, hier bij de balie of liever de cel op het marktplein? Deze is goed. Ze belt een nummer en luistert dan ingespannen naar wat ze hoort. Richard hoort een vrouwenstem aan de andere kant snel iets zeggen. De vrouw reageert niet, ze fronst alleen haar wenkbrauwen en beëindigt het gesprek.
Er wordt drie keer op de deur geklopt. Eerst zacht dan harder. Snel schuift Deborah de koffer weer onder het bed.   ‘Bevalt het u nog hier?’ ‘Hoepel toch op Richard, je bent alleen maar hondsnieuwsgierig.’ Nou is ze zelf ook nieuwsgierig, of eigenlijk eerder angstig, want die auto. Die is overal herkenbaar. Dat moet haar zwager Mick zijn. Maar hoe heeft Mick haar gevonden, ondanks al haar voorzorgen? Hoe gaat hij reageren als hij hoort dat zij…? Of zou hij het al weten door haar zus Angela? Zou Angela gekletst hebben tegen haar man over de beroving? Ze haalt de koffer tevoorschijn en telt voor de zoveelste keer het geld. Nee, er ontbreekt niets. De code van Micks kluis die Angela haar destijds heeft doorgegeven, heeft ze voor de zekerheid opgeschreven en bij de bankbiljetten gelegd.
Richard begrijpt absoluut niet wat de vrouw bezielt. Al meer dan drie weken in zijn hotel en ze doet niets. Ze wandelt drie keer per dag en verder lijkt ze te wachten. Maar waarop? Blijkbaar heeft ze door dat haar kleren hier niet praktisch zijn, want ze heeft andere gekocht bij de rijdende winkel die een paar keer per maand langskomt. Een spijkerbroek, wandelschoenen en bloesjes draagt ze nu. Staat haar ook goed. Maar het is gewoon niet te volgen. En vanmiddag kwam er nog zo’n sjiek heerschap. Ging op de markt op het terras zitten wachten met zijn blauwe colbertje en filtersigaretten. Nou, die had er veel op in korte tijd. Rondom zijn stoel lag het vol toen hij uiteindelijk om 17.00 uur vertrok in zijn zilverkleurige Astin Martin. Dat was dan wel weer een prachtige auto, glanzend als nieuw.  Ja, hij liep haar net mis, want een uurtje later kwam ze rillerig binnen. Als een konijntje. Herkenbaar, schrikogen en een beetje suffig. Ze had  zo aangereden kunnen worden. Ze had zo in de koplampen blijven zitten. Toen Richard haar vertelde dat er iemand was geweest schrok ze zichtbaar. Daarna hoorde hij haar boven mompelen en met een ruk de gordijnen dicht trekken. Wat zou ze toch uitspoken? Richard gaat eens kijken. Als ze terugdenkt aan de boswandeling van zojuist begint ze weer te beven. Toen ze op een bankje zat te rusten, werd ze opgeschrikt door schoten. Eerst eentje en daarna nog snel twee. Ze kon niet bepalen waar ze vandaan kwamen. Er hingen ook geen waarschuwingsvlaggen dat er jagers actief waren.
Het klonk zo beangstigend dichtbij dat ze eerst dacht dat ze voor haar bedoeld waren. Voor ze het zelf doorhad liet ze zich op de grond onder het bankje vallen. Toen ze haar adem weer onder controle had, was ze opgestaan  en zo rustig mogelijk naar het hotel terug gelopen. Onderweg zag ze zonlicht weerkaatsen op iets zilvergrijs. Ze dacht dat het een kippenhok was of zo. Maar na de informatie van Richard flitste er iets anders door haar hoofd. Nu vraagt ze zich af of de schoten en de auto van Mick iets met elkaar te maken hebben. Kippenvel kruipt langs haar armen en hals omhoog. Wat staat er te gebeuren? Ze twijfelt opeens aan Angela. Haar zus is zo argeloos, die had niet eens door wat ze met de code van de kluis wilden gaan doen. Maar voorlopig kan ze niets anders doen dan afwachten en vanavond laat weer naar de afgesproken plek gaan.
Richard moet er steeds aan denken. Aan die vrouw hier en die overdreven man die de hele dag zo zat te gluren naar het hotel. Straks gaat hij eens op haar kamer kijken.
Deborah moet er nodig uit, de kleine kamer benauwt haar. En het is bijna tijd voor de afspraak in het bos. Ze loopt dit keer in een stevig tempo door om haar onrust te beteugelen. Bij kilometerpaal 7 staat hij. Eindelijk is hij daar, na al die lange dagen en nachten. Roy! Maar Roy ziet er behoorlijk verfomfaaid uit! Wat heeft hij gedaan? Heeft hij Mick ontmoet, hebben ze gevochten? Deborah en Roy hoeven niet lang te overleggen, hij geeft haar de kluissleutel en ze beloven elkaar in het hotel te treffen. Gehaast loopt ze naar het hotel terug. Dit keer zonder omwegen, maar doelgericht.  Tot haar verbazing staat haar kamerdeur op een kier en ligt haar koffer op het bed. Het geld en de foto duidelijk zichtbaar. ‘Wat moet dit voorstellen, wat doe je in mijn kamer?! Wat dacht je hier te vinden,’ fluistert ze vinnig in het oor van de indringer. Richard stamelt wat. Ziet dan plotseling een gestalte achter haar. De man van de foto! Nu snap ik het, denkt hij. Er flitst van alles door hem heen. Het krantenartikel over de brute overval op ‘Mick L.’, de aannemer die gelinkt werd aan de maffia. Het ging om een raadselachtige beroving uit een kluis, die van binnenuit gepleegd moest zijn omdat er geen sporen waren. Die overdreven auto vanmiddag was vast van die Mick. O jee, is de stevige man die hier voor hem staat niet de zwager van … ?  Roy of zoiets?
En inderdaad. De corrupte vastgoedmagnaat Roy Mels staat voor de hoteleigenaar met zijn bebloede handen stevig gebald. Dat belooft niet veel goeds. ‘Laat maar lieverd, deze pak ik wel,’ zegt Deborah. En ze licht Richard beentje, waardoor hij met zijn neus op de kokosmat terechtkomt en zijn buik over de ruwe Heugavelt tegels schuurt. Staan we quitte?’ vraagt ze en kijkt hoe Richard bedremmeld naar beneden strompelt.  ‘
Haastig smijten Roy en Deborah alles terug in de koffer en vertrekken in snelle vaart in de zilvergrijze Astin Martin naar het vliegveld. Het geld veilig in het koffertje. In de kofferbak ligt Mick, als een mummie onherkenbaar verpakt. Pikdonker is het als ze hem voorzichtig in het Bosmeertje laten glijden.  Met een zware plons verdwijnt Mick in de blauwzwarte diepte. O, wat zal Angela opgelucht zijn. De Astin Martin laten ze achter bij het vliegveld met de code en de sleutel van de kluis in het dashboardkastje. Voor de slimme vinder liggen er ook wat achtergelaten bankbiljetten, zodat Mick postuum alle schuld zal dragen van de beroving. Haar zus hoeft Mick alleen maar als vermist op te geven over een paar weken.
‘Een win-win situatie’ , lacht Deborah de volgende dag naar haar zus Angela, als ze aan het zwembad in Torremolinos hun gin tonics bestellen. ‘Fijn dat je onze vlucht naar de Costa del Sol zo snel kon regelen zusje! Alleen erg jammer, dat we de Astin Martin van Mick moesten achterlaten bij het vliegveld. Die reed lekker hard.’