Thuiskomst
Annette van den Bosch
ThuiskomstWitte kiezelsteentjes vinden houvast op de ruwe stof van de kleurige bezwete handdoek. Ze klopt de regenboog flink uit op een grote steen als het begint te waaien. Dennengeur vermengd met zonneolie komt haar tegemoet. De badstof met steentjes bezeert haar bovenbenen en buik. Nijdig gooit ze de handdoek op het kiezelstrand, naast haar zoon. Hij ademt knoflook en wijn, gromt in zijn slaap. Zijn kale hoofd rust op zijn volle legerrugzak. Barst, denkt ze en loopt hard richting zee. Daar laat ze zich afkoelen door de bruisende golven. Zand en zout schuren  haar huid weldadig. Zo moet het zijn. Zij in de zoele zee, hij eindelijk op het strand. Zijn roes uitslapend.
 Annette van den Bosch
Thuiskomst
Thuiskomst Witte kiezelsteentjes vinden houvast op de ruwe stof van de kleurige bezwete handdoek. Ze klopt de regenboog flink uit op een grote steen als het begint te waaien. Dennengeur vermengd met zonneolie komt haar tegemoet. De badstof met steentjes bezeert haar bovenbenen en buik. Nijdig gooit ze de handdoek op het kiezelstrand, naast haar zoon. Hij ademt knoflook en wijn, gromt in zijn slaap. Zijn kale hoofd rust op zijn volle legerrugzak. Barst, denkt ze en loopt hard richting zee. Daar laat ze zich afkoelen door de bruisende golven. Zand en zout schuren haar huid weldadig. Zo moet het zijn. Zij in de zoele zee, hij eindelijk op het strand. Zijn roes uitslapend.